OOG

25 jaar OOG, 25 jaar onderwijs en jeugd

By december 15, 2020december 17th, 2020No Comments

25 jaar OOG, 25 jaar onderwijs en jeugd

Oprichters Jaap Willem Kuit en Dick Rasenberg:

“Wat ons drijft, is altijd: wat is goed voor kinderen?”

 

In 1989 zaten Dick Rasenberg (toen 31 jaar) en Jaap Willem Kuit (20 jaar) op een bankje bij Zeilschool Stipe Wente in Balk toen ze ontdekten dat ze er allebei plezier in hadden om zeilkampen te organiseren. Jaap Willem was op dat moment net begonnen als student bestuurskunde in Leiden, Dick werkte als hoofd welzijn & onderwijs bij de gemeente Uithoorn. Dick had de Pedagogische Academie gedaan, Jaap Willem kwam uit een onderwijsnest. Behalve een liefde voor zeilen, deelden ze dus ook een liefde voor onderwijs. De ondernemingslust die ze in elkaar ontdekten bij het verkopen van 7.000 zeilkampen per jaar konden ze misschien ook inzetten in het onderwijs. Na een aantal jaren ontstond zo het idee om samen een bedrijf op te richten, gericht op onderwijsondersteuning. Als naam kozen ze de titel van een inspirerende bundel opstellen over onderwijs en onderwijsbeleid van oud-minister Jos van Kemenade: Over onderwijs gesproken.

De eerste klus

De directe aanleiding voor de oprichting van OOG (officieel: OOG Onderwijs en jeugd BV) in 1996 was de verzelfstandiging van het openbaar onderwijs. Dit viel tot halverwege de jaren negentig nog direct onder de wethouders, maar dat werd niet langer wenselijk geacht. Het openbaar onderwijs werd verzelfstandigd, vergelijkbaar met de situatie in het bijzonder onderwijs. Dat werd beter gevonden voor de verhoudingen ten opzichte van elkaar en zeker in het licht van de toename van het aantal lokale onderwijstaken.

Bij de ondersteuning en begeleiding van deze verzelfstandigingsprocessen, maar ook van voor het bieden van ondersteuning aan schoolbesturen zagen Dick en Jaap Willem een rol weggelegd voor zichzelf. De eerste klus van OOG: het schrijven van het directiestatuut van Openbaar Onderwijs Zeeburg. Het tarief: 60 gulden per uur. Al snel meldden zich andere klanten: het openbaar onderwijs in Diemen, Aalsmeer, De Ronde Venen, gevolgd door een aantal Amsterdamse stadsdelen. De eerste medewerker kwam in dienst: office manager Aart Jan Huizing, eerst voor 4 uur per week, al snel fulltime. Na het eerst kantoortje van twee vierkante meter in Amsterdam Zuid-Oost, betrok OOG een pand aan de Dorpsstraat in Amstelveen. Dick en Jaap Willem konden na een tijdje hun eigen banen – Dick nog steeds bij de gemeente Uithoorn, Jaap Willem als beleidsmedewerker onderwijs eveneens bij de gemeente – opzeggen om zich volledig in te zetten voor OOG.

De weg naar Passend Onderwijs

Een volgende groeispurt kwam met de komst van Weer Samen Naar School (WSNS), de voorloper van Passend Onderwijs, en de inrichting van samenwerkingsverbanden van schoolbesturen. OOG werd gevraagd de coördinatie te verzorgen in het Amsterdamse stadsdeel Watergraafsmeer. Al snel volgden de andere Amsterdamse samenwerkingsverbanden. Een verhuizing naar Amsterdam lag voor de hand. In 2002 betrok OOG het pand aan de Postjesweg waar het 20 jaar zou blijven.

Naast het WSNS-werk voor schoolbesturen werd OOG steeds vaker door de lokale overheden van Amsterdam (stadsdelen en de centrale stad) gevraagd voor de uitvoering van allerlei overheidstaken. Voor de zuiverheid en een goede scheiding van verantwoordelijkheden koos OOG voor de samenwerking tussen schoolbesturen en hun opdracht om steeds intensiever met de gemeente samen te werken. De medewerkers van OOG die vooral lokale taken verrichtten kwamen uiteindelijk bij de gemeente Amsterdam in dienst.

Vanaf dat moment sloeg OOG zijn vleugels uit over de rest van Nederland met opdrachten in onder meer de regio Holland Rijnland, Utrecht en Rotterdam. Vanaf 2011 begeleidde Dick, als projectleider Invoering Passend Onderwijs gedetacheerd bij de PO-Raad, de omvorming van 235 WSNS-samenwerkingsverbanden naar 75 samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs die over moesten blijven na de start van Passend Onderwijs in 2014.

Ondernemingen van OOG

Vanuit de overtuiging  dat je niet goed kan adviseren over beleid en organisatie zonder ook verstand  en praktijkervaring te hebben van personeel en financiën startte OOG vrij snel naar de oprichting een administratiekantoor onder leiding van Rob Naarden, toen nog in dienst bij Bureau Servicetaken Onderwijs (BSO) van de gemeente Amsterdam.

Later, toen de verplichting werd losgelaten dat scholen 25% van hun scholingsbudget moesten besteden bij de schoolbegeleidingsdienst, werd er een opleidingstak aan het bedrijf gevoegd:  Inschool Academie. Onder het motto ‘OOG maakt de onderwijsmens in je wakker’ konden met opleidingen en trainingen de adviezen ook in praktijk worden gebracht.

OOG beschikt ook over veel expertise in het helpen opzetten van brede scholen, later IKC’s. En sinds 2019 is er een nauwe samenwerking met Novilo op het gebied van het beleid voor (hoog)begaafde leerlingen: Ondersteuning voor Talent.

Van grijs haar en rimpels naar energie en talent

Belangrijk in dit alles is dat je als bedrijf oog blijft houden voor veranderingen. De omgeving verandert voortdurend, OOG verandert mee, initieert, faciliteert en versnelt. Ook de mensen van OOG veranderen. Zochten Dick en Jaap Willem in de beginjaren nog vooral naar ervaren krachten “met grijs haar en rimpels, omdat we die zelf niet hadden”, inmiddels zoeken ze mensen met energie en talent. Niet dat ze dat zelf niet meer hebben: het vuur voor goed onderwijs en jeugdbeleid brandt nog even hard als in de beginjaren.

“Wat ons drijft, is altijd: wat is goed voor kinderen, hun ouders en de professionals die met ze werken?” zegt Dick. “Misschien komt het omdat ik zelf nogal lastig was op school – ik zat niet vooraan, maar ónder het krijtbord. Daarom wil ik er alles aan doen om iets te betekenen voor kinderen die net wat meer ondersteuning en begeleiding nodig hebben, op een manier waar ze de rest van hun leven baat bij hebben. Het is een proces van lange adem, maar langzaam zie je dat we de goede kant op gaan. We hebben, vergeleken met landen om ons heen, een heel behoorlijk en efficiënt systeem voor het organiseren en geven van onderwijs, met eigenaarschap bij het maatschappelijk middenveld. Natuurlijk kunnen we nog veel leren van andere landen waar onderwijs en bijvoorbeeld jeugdhulp in één hand zijn. De kunst is nu om het goede te bewaren en onderwijs en jeugdhulp zo efficiënt mogelijk dicht bij elkaar ín en bij de school te organiseren. Zodat we het gehannes met budgetten – wie betaalt wat? – achter ons kunnen laten. Wanneer we blijven werken vanuit het kind, de ouders en wat zij en de professionals om hen heen nodig hebben, komt het zeker goed. We zijn er nog niet, ook niet na 25 jaar met hart en ziel ondernemen met OOG. Onze beweging is nog volop nodig, dat merken we iedere dag.”

“Op de fax naar Dick”

Aart Jan Huizing over 25 jaar OOG

Aart Jan Huizing was de eerste medewerker van OOG en is als office manager tot op de dag van vandaag de onvermoeibare spil in het web van alles wat er voorbijkomt bij OOG. “De eerste brief die binnenkwam, het eerste telefoontje, dat was wel een moment”, weet hij nog. “We bestaan!” In de beginjaren zat Aart Jan nog grotendeels alleen op het kantoor. “Dick en Jaap Willem kwamen dan aan het eind van de dag langs om samen lasagne te eten. Communiceren deden we grotendeels via de fax. Als er wat belangrijks binnenkwam, ging dat op de fax naar Dick, en die faxte zijn antwoord dan weer terug. Voor de eerste mobiele telefoons moest je tegen de buitenmuur gaan staan om contact te krijgen.”

E-mail kreeg OOG pas vanaf 2002 aan de Postjesweg. Het grootste deel van het documentenverkeer bleef echter nog jaren via de post gaan. “Meters uitgaande post lag dan klaar om gesorteerd te worden. Iedereen werd bij elkaar geroepen om te helpen vergaren.” Sinds een jaar of tien werd dat snel minder, en tegenwoordig gaat zo goed als niets meer via de post.

In de coronatijd is daar ineens het vele vergaderen via Teams en Zooms bijgekomen. “Die mogelijkheid was er al jaren, maar het kwam nooit goed van de grond. In het onderwijs zijn ze daar tamelijk conservatief in, men hecht erg aan direct contact. Maar corona heeft het digitale vergaderen een enorme boost gegeven. En het blijkt in veel gevallen uitstekend te werken. De kunst is nu om toch momenten te creëren om elkaar te blijven ontmoeten.”

Na de meest recente verhuizing van OOG van de Postjesweg naar de Maassluisstraat in Amsterdam Nieuw-West, wordt volop ingespeeld op de nieuwste ontwikkelingen. Zo zijn er drie kleinere vergaderruimtes met faciliteiten om digitaal te kunnen vergaderen, iets minder werkplekken omdat er meer vanuit thuis gewerkt zal worden, maar ook weer een OOG-plein om elkaar te ontmoeten en aan de bar te kunnen zitten.

Want de kracht van OOG blijven toch de mensen van OOG. Sollicitatiegesprekken vinden traditioneel plaats in de kroeg, en de jaarlijkse zomerafsluiting en kerstviering met het voltallige personeel behoren tot de hoogtepunten van het jaar. “Mensen moeten elkaar kunnen ontmoeten, anders gebeurt er niks”, daar is Aart Jan van overtuigd, “desnoods in een pubquiz via Zoom.”